07 sep 2015

Landbouw versus natuur: geen tegenstelling

Vorige week verscheen het nieuwste boek van Chris De Stoop, . De Stoop geeft in het boek een overzicht van de opofferingen van de landbouwers in de Beverse polders. Niet alleen worden ze onteigend door havenuitbreiding, ook voor natuurcompensaties moeten ze wijken. En dat laatste wringt. De natuurverenigingen krijgen een veeg uit de pan. "Boeren krijgen het zwaar te verduren, daar heeft Chris De Stoop overschot van gelijk. Maar zij vergissen zich van vijand. De echte vijand is het industriële landbouwmodel waarin ze gevangen zitten", zegt ons Vlaams parlementslid Hermes Sanctorum, die daarover een opiniestuk schreef. ?Dit is mijn hof

Groen Beveren herhaalt ook haar stelling: we zijn tegen de havenuitbreiding van 1.500 hectare rond de Saeftinghezone. Zonder die havenuitbreiding hoeft er ook geen natuurcompensatie plaats te vinden.

 

Lees hieronder het integrale opiniestuk van Hermes Sanctorum:

De beste analyses zijn geschreven vanuit een persoonlijke betrokkenheid. Dat is niet anders met het laatste werk van Chris De Stoop, Dit is mijn hof. Hoe natuurcompensaties zijn toegekend voor het Antwerpse havengebied zal nog een poosje onderwerp zijn van debat. Wat er ook van zij, het aangrijpende verhaal over de Wase en Zeeuwse polders is geen pars pro toto.

De realiteit is dat natuur nog steeds moet wijken. Overal, ook in Vlaanderen. Het totale landbouwareaal wereldwijd is de afgelopen decennia flink gestegen, vrijwel overal ten koste van bossen. Tropisch regenwoud, waar ongeveer de helft van alle diersoorten leeft, is maar liefst gehalveerd. Natuur wordt nog steeds vernietigd dat het een lieve lust is. In Europa gaat men bewuster om met bescherming van resterende leefgebieden en werd een netwerk van natuur juridisch beschermd. Maar ondanks die wettelijke natuurbescherming blijft de druk zeer groot: het Europese biodiversiteitsrapport waarschuwt dat meer dan de helft van de Europese soorten bedreigd is. Vlaanderen scoort bijzonder slecht, met meer dan tachtig procent  van de Europees beschermde natuurgebieden in slechte staat.

Dat zijn de harde natuurcijfers, waar niemand omheen kan. Voor een groot deel is dat een politieke erfenis waar beleidsmakers van vandaag mee worden geconfronteerd. Je zou dan  verwachten dat de huidige generatie politici de handen in elkaar slaat om wat rest aan natuur te beschermen. Niets is minder waar. Het rooien van een bos in Genk ten voordele van een loods en de reactie van natuurminister Joke Schauvliege gisteren in deze krant, spreken boekdelen: "ja, het is Europees beschermde natuur, maar dat weegt niet op tegen de 400 banen die gecreëerd worden." Terwijl leegstaande industrieterreinen zich op een boogscheut bevinden.

Alle politici vinden natuur belangrijk tot een ander belang meespeelt, en dat ander belang is er altijd. Kijk naar landbouw. In het parlement bestaat een politieke landbouwmachine die natuurambities systematisch omploegt. En ook op het terrein bereiken de relaties tussen natuurliefhebbers en landbouwers het kookpunt. Boeren krijgen het zwaar te verduren, daar heeft Chris De Stoop overschot van gelijk. Maar zij vergissen zich van vijand. De echte vijand is het industriële landbouwmodel waarin ze gevangen zitten. Een model dat in stand wordt gehouden door het beleid en wordt ondersteund door de organisatie die het zou moeten opnemen voor de boeren. Dat model is gebaseerd op lage prijzen en export. Landbouwers moeten hun productiviteit opkrikken, waardoor miljoeneninvesteringen nodig zijn en vervolgens onafhankelijke, familiale bedrijven opgeslokt worden door agro-industriële reuzen. Een kille, economische sanering waar de kwaliteit van het platteland en zijn producten onder lijden. En vooral een persoonlijk drama voor de boer en zijn gezin. Jaar na jaar verdwijnen meer dan 1.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen. Als deze trend zich onverminderd voortzet, zijn er over 25 jaar geen Vlaamse landbouwers meer. Onze boeren worden niet kapot gemaakt door groene jongens of natuurdoelstellingen, maar door dumpingprijzen voor export en voedingsindustrie. Deze strijd is wat boeren en natuurliefhebbers kan binden.

Het idyllische beeld van de kleine landbouwer als hoeder van het landschap is een zeldzaamheid geworden. In het steriele landbouwgebied van hoogproductieve graslanden en maïsakkers vinden dieren en planten geen plaats meer. Met uitsterven bedreigde bijen doen het vandaag zelfs beter in steden dan in een groene woestijn. In die zin is de oplaaiende discussie of aangelegde natuur vals is en een landbouwlandschap echt, niet zo relevant. Aangelegde slikken en schorren hebben iets artificieel, dat klopt. Waarom verhinderen we dan de natuurlijk spontaniteit? Natuur is immers altijd al veranderlijk geweest, gaande van een omvallende boom tot een soort die uitsterft. Het antwoord is eenvoudig: er vallen zoveel bomen om dat biodiversiteit razendsnel verschraalt. Als we dan niet investeren in grote aaneengesloten natuurgebieden, zullen pakweg de blauwborst of het visdiefje herleid worden tot een herinnering. Zuivere lucht of bescherming tegen overstromingen mogen we dan ook vergeten.

In Vlaanderen is de ruimte schaars. Het meest kwetsbaar en het vaakst opgeofferd zijn natuur en landbouwers. Doodzonde dat die twee zo tegenover elkaar staan.

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.